Het Harvard-onderzoek dat alles op zijn kop zette
In 1938 startte de Harvard Universiteit een onderzoek naar de vraag wat mensen gelukkig maakt. Het groeide uit tot een van de langstlopende onderzoeken naar menselijk welzijn ooit.
Gedurende meer dan tachtig jaar volgden onderzoekers honderden mensen tijdens hun hele leven. Ze onderzochten hun gezondheid, werk, inkomen, huwelijk, vriendschappen en sociale contacten.
De conclusie was verrassend eenvoudig.
Niet geld. Niet status. Niet een succesvolle carrière.
Maar de kwaliteit van onze relaties bleek de belangrijkste voorspeller van geluk, gezondheid en een lang leven.
Harvard-onderzoeker Robert Waldinger vat het als volgt samen:
“De mensen die het gelukkigst waren, het gezondst ouder werden en het langst leefden, waren degenen met de warmste en meest betekenisvolle relaties.”
Dat zet aan het denken.
Want hoeveel tijd besteden we aan het verbeteren van onze conditie? Hoeveel aandacht geven we aan onze financiële toekomst? En hoeveel investeren we eigenlijk in het begrijpen van onszelf binnen relaties?





